Hoe ik zelf tot wandelen kwam?

Zo’n anderhalf jaar geleden ben ik begonnen met wandelen. Op een zaterdagochtend ging ik boodschappen doen en aangezien ik nog wat duf was, besloot ik naar het winkelcentrum te wandelen. Na dit half uurtje wandelen, knapte ik duidelijk op. Ik voelde me fitter. Ik wandel inmiddels veel vaker en langer.

Waarom bevalt het wandelen mij zo enorm?

Ik merk dat ik er zowel lichamelijk, als geestelijk fitter en energieker van wordt. Tijdens het wandelen is het heerlijk om mijn aandacht naar andere dingen uit te laten gaan, dan de dagelijkse activiteiten waar ik ‘mijn hoofd’ vooral bij gebruik. Ook werd ik nieuwsgierig naar wat het effect van wandelen nu in feite op de hersenen heeft. Ik ben mij hier verder in gaan verdiepen o.a. door het lezen van een boek van neuropsycholoog Erik Scherder: “Laat je hersenen niet zitten”.
Scherder schrijft o.a.:
- Tijdens het wandelen wordt ons cognitieve brein minder belast. Dit zorgt voor rust.
- Het hart wordt aangezet tot activiteit, dit stimuleert de doorbloeding van het hart en de hersenen.
- Endorfine wordt aangemaakt. Je voelt je hierdoor meer alert en verfrist
- Het wandelen zet je aan tot creativiteit en productiviteit (verkrijgen van oplossingen en ideeën).

Wandelen is een onderdeel van mijn therapie geworden.

Mijn eigen ervaring en de onderschrijving ervan die ik o.a. in het boek van Scherder vond, heeft mij ertoe aangezet om naast de sessies in mijn praktijk, ook met mijn cliënten te gaan wandelen. De eerste ervaring deed ik op met drie verschillende cliënten, die om verschillende psychosociale factoren, behoefte hadden aan een therapiesessie door te wandelen. Het uitbreken van de corona- pandemie heeft dit proces versneld.

De aanpak:
  • Met de cliënt bespreek ik of een wandelsessie aansluit bij de behoefte/het thema van de cliënt.

  • We spreken af op welke plek we gaan wandelen.

  • Tijdens het wandelen vindt de cliënt gemakkelijker de woorden om haar/zijn thema te verwoorden.

  • Tijdens de wandeling maak ik gebruik van elementen uit de natuur (o.a. bomen, planten, een molen, een hek, vogels). De elementen uit de natuur en bijbehorende metaforen zetten de cliënt aan tot het overdenken van haar/zijn thema en de manier waarop zij/hij hiermee om wil gaan.

  • Tijdens (een bankje) en na de wandeling (thuis) reflecteert de cliënt op de highlights van de sessie.

Literatuur:
  • “Laat je hersenen niet zitten” (Erik Scherder)

  • “Je brein als medicijn”  (David Serben Schreiber)

  • “Wandelcoaching” (Jeroen Hendriksen)